Dippin’

En plots is het juni.

ashley-batz-1298-unsplash.jpg

Ik zou nu iets kunnen schrijven over waarom ik zo weinig geschreven heb, maar meta is toch niet zo mijn ding. Dus ik houd het bij ‘een dipje’, een simpel woord voor iets heel ingewikkelds. Misschien wordt het zelfs wel gewoon te vaak gebruikt, kunnen we op sommige momenten even niets anders verzinnen en weet nu niemand wat ik precies bedoel.

Het dipje werd deels veroorzaakt door het warme weer. Want als ik dan in mijn bed lag, wou ik het liefst zo snel mogelijk in slaap vallen. Ik hoef gelukkig niet meer onder de dakpannen te kruipen (lees: boven in ons stapelbed te gaan liggen), maar warm is het ook als je ‘beneden’ slaapt. Het gezweet, het gepuft en het getik van de regen tegen het rolluik, het licht van de straatlantaarns dat door de gaatjes valt, het gezucht van de ventilator.

En deels omdat ik de dagen niet meer kon tellen. Dramatische gevolg (of was het eigenlijk gewoon de oorzaak van dit probleem?): mijn scheurkalender was blijven plakken in april. Ik vroeg me af of ik dit jaar nog wel schrijver zou kunnen worden. Tot ik op een bepaald begon te hyperventileren en niet meer wist met welke vinger ik normaal gezien de spatiebalk indruk. Groot probleem. Nog meer paniek. Raar getyp en uiteindelijk radiotoetsenstilte.

Toch brengt iedere maand een nieuw begin. Chanceke, want ik heb die kalender echt niet voor niets op mijn kerstlijstje geschreven en voor 1 januari al helemaal doorgelezen om nu vooral niet te doen alsof ik heel verbaasd, verrast en ja zelfs hartstikke verstomd sta van fantastische, originele schrijfadvies. Ook ruim interpreteerbaar. Neem risico’s! Zoek niet, vind! Schrijf! Doe het maar..

Daar moet je het dan mee doen.

Photo by Ashley Batz on Unsplash.

Advertenties
Dippin’

Quitters never win

Ik weet dat ik niet mag opgeven nu, maar het zou zo gemakkelijk zijn. De handdoek in de ring, I’m out. Gewoon niet meer opdagen. Stoppen is te gemakkelijk dat we het zo vaak doen. Waarom nog vijf minuten blijven lopen als je het laatste stukje ook kan wandelen? Waarom die woordenlijst nog eens nakijken als je ook kan scrollen? Waarom schrijven als je ook kan zwijgen?

De afgelopen dagen was ik er niet. Deze keer was tijd niet het excuus – meer nog, ik ga zelfs geen excuus verzinnen – en ik had een eeuwigheid. Soms lukt het gewoon niet en als de mindset dan niet meezit is het een beetje verloren moeite, ook al doe ik nog zo veel. Dus heb ik van de gelegenheid maar gebruik gemaakt om na te denken over mijn opties, om oude ideeën uit te voeren zodat nieuwe weer binnen kunnen en om (eindelijk) het eerste seizoen van The Handmaid’s Tale te kijken.

What am I doing with this life?

Quitters never win

Kleine beer

Als ik ’s avonds laat thuis de oprit op wandel – de auto staat bij de buren – en naar boven kijk, ben ik altijd verbaasd. De sterren staan er maar weer. Zonder dat we het door hebben, vaak. Te staan. Het donker is ook niet alles, maar sterren maken mijn nacht. In die acht seconden die ik nodig heb om aan de achterdeur te geraken ben ik wel oneindig dankbaar. Want eigenlijk was het toch weer een goede dag en zelfs week, maand, jaar. Op een paar seconden barst mijn hart helemaal open (#blessed). Heel even weet ik waar ik ben. Een milliseconde lang denk ik zelfs dat ik toch maar eens een boek moet schrijven (of moet beginnen aan een idee), dat het leven een zin heeft en dat ik vaker bokes met choco moet eten. Het leven is te kort voor opkroppen, ja-knikken en nee-denken. Meer ademen, lachen, lopen, fluisteren, gieren, trots zijn.

Kijk vanavond eens omhoog. Misschien voel je het ook.

Kleine beer

De fietsenmaker

Elf jaar geleden kreeg ik mijn eerste echte fiets cadeau. Eerdere modellen waren afdankertjes van mijn zus of vonden we langs de kant van de weg. Een damesfiets dus, met een strik rond ter gelegenheid van mijn vormsel. Waar die heilige communie al niet goed voor is. God had het vast zo gewild. En mijn mama ook. Ze stond erop.

Op het moment zelf had ik liever iets anders gekozen. Een mp3-speler en een reis naar Griekenland stonden ook op mijn lijstje, maar krijg ik hellas/helaas niet in een mooi papiertje verpakt. Ik ben trouwens nog steeds niet de trotse eigenaar van een prehistorische iPod en zette nog nooit een voet op het land van de goden der goden. Dat geheel terzijde.

carlo-villarica-307449-unsplash.jpg

Kilometers heb ik afgelegd met dat ding onder mijn gat. Van Affligem tot de Gentse feesten. Of gewoon van bij ons thuis tot aan de fietsenstalling van de school. De bagagedrager laat het soms afweten, de banden zijn opnieuw aan vervaging toe en de verroeste pedalen vallen er bijna vanaf. Een ritje naar de fietsenmaker leek onvermijdelijk.

Sinds de paasvakantie wil la mama namelijk zelf met de fiets naar het werk (lees: heel af en toe en als ze er goesting in heeft) en dus heb ik het elektrische exemplaar moeten inruilen voor mijn ouderwetse benenwagen. Side note: de fiets staat al een aantal jaren stof te vangen in ons tuinhuis (aka ’t sjopke) en ik kan me met de beste wil van de wereld niet herinneren wanneer ik voor het laatst als een gek zat te trappen om ergens te geraken.

Ik vond dat ik twee keuzes had: een deftig onderhoud inclusief nieuwe banden of een tweedehands fiets van de rekening laten rijden. Vanmiddag sprong ik dus op mijn fiets, wind op kop – hoe kan het ook anders – om na 25 minuten en met enige omweg wegens wegenwerken aan te komen op mijn bestemming. De winkel was… Jawel, hartstikke gesloten.

Photo by Carlo Villarica on Unsplash.

De fietsenmaker

Ga even zitten

We moeten elkaar eens iets vertellen. Dat lucht op. Neem een pauze en zet u.

Het leven loopt. Soms zoals we het willen en vaak ook niet. De pakken blijven zitten, maar wij lopen door, blik op oneindig. De oogkleppen vallen pas af als we weer tegen de lamp lopen of met onze rug tegen de muur staan. In ideale situaties kijken we ook even opzij, al komen die maar weinig voor.

Lucht uw hart. Vertel het maar. Alles komt altijd goed.

do u ever take a step back and question literally everything

A post shared by Adam J. Kurtz (@adamjk) on

Ga even zitten

Dag 100 (feest!)

Wie had op 1 januari van dit jaar gedacht dat ik het (meer dan) honderd dagen zou uithouden? Ik niet! Maar kijk, we zijn er al. We zijn al dinsdag 10 april. We zitten al honderd dagen in dit niet meer zo nieuwe nieuwe jaar. Helaas zijn er nog geen honderd posts verschenen – je voelt het al aankomen, die volgende mijlpaal – maar stiekem ben ik toch wel een beetje trots op mezelf. Want gaat het niet echt om de dagen waarop je ‘niets’ doet. Niet schrijven is ook schrijven.

josh-calabrese-527813-unsplash

Wat hebben we geleerd?

Begin gewoon. Het heeft geen zin om een project waar je effectief iedere dag aan wil werken volledig te plannen. Op een dag zal je ’s avonds gezellig met je vriendinnen rond de tafel zitten, al partysnacks etend, en beseffen dat het vijf voor twaalf is. Of een idee dat er in je hoofd zo hilarisch uitzag, werkt toch niet ‘op papier’ (of net wel ‘op papier’ maar niet ‘in de praktijk’). Het gebeurt. Flexibel is het codewoord, loslaten verplicht.

Soms zie ik het leven door een andere bril. Op bepaalde momenten (van sommige dagen) ben ik me bewuster van mijn omgeving. Het zijn die momenten waarop ideeën binnensijpelen. Langzaam. Details beginnen op te vallen. Dingen die je niet kan zien zijn er plots. Denk gemoedstoestanden, tussen de lijntjes, onbedoeld. Complexiteit is mooi. Het gaat voor mij al lang niet meer om dat half uurtje schrijven voor ik in slaap val.

Zie ik er het nut nog van in? Of stop ik maar beter?

Mooi niet. Ja, dat is het antwoord op beide vragen. Het initiële nut is ver zoek want ben ik al een betere schrijver? Komen de ideeën al vlotter? Heb ik mijn woordenschat uitgebreid? Geen idee. Dit was mijn bedoeling. Beter worden. Onderweg kwam ik andere dingen tegen die ik ook belangrijk vind. Rust. Kalmte. Tijd? Soms.

 

Photo by Josh Calabrese on Unsplash

Dag 100 (feest!)

Zonder einde of eindeloos?

Ik wacht wel op de zomer om na te denken. Op ellelange dagen in de bloedhete zon. Ik zal van alles maar weinig wanneer het leven van vroeger even stilvalt en ik tegen eind augustus op volle toeren de tijd probeer terug te draaien. Het moment waarop ik besef dat ik weer een zomer voorbij heb laten gaan zonder bucketlist of nieuwe filosofische inzichten komt te laat. Het begint langzaam, die vakantie, en ik vraag me af wat ik in godsnaam acht weken aan een stuk zal doen. Ik plan boekenlijsten in mijn hoofd en hoop dat ik als nieuw aan het andere eind van de zomer uitkom. Al gauw blijkt dat er niets te doen valt behalve te wachten op september. In de gietende regen.

In de tussentijd ga ik als een kip zonder kop door het leven, denk ik vooral niet na en probeer ik heel hard te doen alsof. Ik weet waar ik mee bezig ben.

Zonder einde of eindeloos?