Morgen misschien

wanneer ik morgenvroeg wakker word
zal ik het weer willen
de stilte waarin de zon opkomt
de ruwte van de wind door de spleten van het rolluik
de felheid van de afwas die echt nu gedaan moet worden
met gestrekte benen uit bed
hoofd eerst
gedachten volgen
nu nog even niet

misschien

Advertenties
Morgen misschien

een zaterdagvoormiddag aan zee

Sinds mijn grootouders hun appartement in Heist-aan-zee te koop zetten, begin deze zomer, verlang ik naar de zee. Ik leek er maar niet te geraken, maar kijk, de zomer is nog niet echt voorbij dus.. Om half zeven op zaterdagochtend vertrokken we met z’n drietjes. Papa en pa zouden een nieuw systeem voor de ambetante nieuwe douchedeuren die nooit echt gewerkt hebben, uitproberen. Ik zou een strandwandeling maken die begint in een blakende ochtendzon en eindigt met een waterig zonnetje na een regenbui. Haar nat tegen te wangen, schoenen en sokken onder het natte zand, hartje opgelucht en uitgewaaid.

Onderweg. Ik tel mijn passen en staar naar de lijnen van de wind in het zand. Het strand kleurt langzaamaan jachtluipaard. De wolken dansen met het water, de tranen van een mislukte wals. Nog voor de laatste druppel valt en de zeedijk zowat blank staat, verschijnen de eerste wandelaarsbenen opnieuw. De regen joeg hen weg, maar een koffie en een borrel later gaat het wel weer.

Er is iets aan de zee. Het viel me vroeger, toen ik er als kind zowat iedere schoolvakantie wel een paar dagen verbleef, nooit op. Vroeger was het weg van huis, mama en papa werken, wij vakantie. Nu is het weg van alles. Rustig en rusteloos, een beetje zoals ik. Drie uur later rijden we terug naar huis.

een zaterdagvoormiddag aan zee

Het eiland

Na lang zwemmen spoelden we aan. Lamme armen, zware benen. Goed om dagen niet naar de fitness te gaan. Het is er schoon. Mooi weer, witte stranden, onbereikbaar exotisch fruit, de grootste monstera’s ever. Handdoek uitgerold en melkflessen ingesmeerd. Daar liggen we dan. Heel even genieten. De wolken doen ons niets, maar het zand begint te kriebelen.

Ooit, heel snel, zullen we verder moeten. Hoe mooi de jungle ook is. We willen regen, steden, fietsen tegen de wind in. Slapeloze nachten, indommelen op de zetel en spartelen voor de sport. Bloed, zweet en tranen. Versleten schoenen, diepvries maaltijden en knuffelen voor de dag begint. Rennen, lopen, spurten, vallen over onze eigen voeten of die van elkaar. Sleuren, smeken, liefhebben, liggen. Lawaai, lange dagen, discussiëren om niets, lachen. Zolang we maar met z’n twee.

Het eiland

Don’t stop

Ik weet dat ik mezelf beloofde iedere dag te schrijven dit jaar. Dat is niet gebeurd en hoef ik ook niet uit te leggen. Ergens weet ik waar het mis ging. Stoppen was makkelijker dan doorgaan. Al is doorgaan makkelijker dan opgeven. Door te stoppen gaf ik mezelf de kans er niets om te geven. Niemand leest dit of zit te wachten op wat ik denk over niets – dat vertel ik mezelf nog iedere dag. Ik moest opeens geen smoesjes meer verzinnen, maar ik zit nu wel met de gebakken peren en roestige vingers.

Toch maar weer schrijven dus. Eigenlijk voor mezelf, maar laat het gerust ook voor jou zijn.

Don’t stop

Het leven zoals het is: de tweede ronde

Woensdagochtend omstreeks 8u56 werd ik “een zeer sterke nummer twee in dit verhaal”. Helaas miste ik een hoopje levenservaring voor de job in kwestie. Zelfs de verwoede pogingen tussen het eerste en het tweede gesprek mochten niet baten. Dus, wat doe je als iemand anders voor je neus met ‘de job van je leven’ – ja, vraagtekens en al – gaat lopen? Juist, de volgende dag gewoon bloemenkronen maken.

De zomer is er ook maar even, net als het nare gevoel van een ingeplande e-mail op een bewolkte, drukkende ochtend. Niets wat een fietstocht en een rondje door de tuin niet kunnen oplossen. Het leven hè.. Lang leve het bloemschikkoffer van la mamma, inclusief drie rollen bloemistentape. Bakkie troost erbij en loving life (of toch kop omhoog).

Het leven zoals het is: de tweede ronde

1 juli

Jaren dacht ik dat de eerst dag van juli niet langer van enige betekenis zou zijn voor mij. Welke werkende mens heeft iets aan/met 1 juli? Gewoon de volgende dag in een werkweek of in een vakantie die al lang begonnen is. Maar vandaag ben ik ‘weer’ werkloos. Hoog tijd dus om mijn zomerse staycation in gang te trappen met de eerste rommelmarkt van het seizoen, drie boeken tegelijk lezen – een hoofdstuk in de zon, twintig in de schaduw – en mijn nagels gellakken terwijl ik naar de voetbal kijk. Ik blijf lekker thuis deze zomer.

Een tripje naar Napels of eilandhoppen in de Egeïsche zee zou ik niet afwimpelen mocht het Lotto-gewijs op mijn pad komen, maar ik heb geen vakantieplannen in het buitenland. Jammer, dat wel, maar vakantie houden in de achtertuin is wel zo gemakkelijk. Praktisch, organisatorisch, spontaan en als het regent leg ik de kussens van ons tuinstel gewoon weer binnen. Niemand hoeft het zwembad dicht te leggen of een oude herhaling van de kampioenen moet kijken op BVN (uhm).

Zonnecrème smeren, eindeloos lezen, laat ontbijten, nog later lunchen, lang lang wandelen bij zonsondergang, heel vroeg wakker worden zonder reden, door tijdschriften bladeren in de zon, teenslippers verslijten, moe zijn, de krant uitlezen. Thuis een beetje vakantie vieren.

1 juli

Ik heb mijn haar laten knippen en spijt..

Dat ik het niet eerder heb gedaan! Meer dan 50 centimeter – in de volksmond ook wel een halve meter – ging eraf na maanden van leven met de grootste twijfel. Drama. De schaar erin en ik dacht van ja, dat ben ik. Vroeger, je weet wel, toen la mamma nog besliste hoe het haar geknipt zou worden, liep ik altijd met een korte coupe rond. Eerst met froufou, dan zonder. Opgeknipt, maar toch meestal in een staartje. Zeven jaar geleden was een kort kopje de slechtste beslissing die ik ooit kan en zou maken, maar vandaag ben ik dolgelukkig met die lange vlecht in een plastieken zakje.

Het haar ligt namelijk in een grote envelop klaar om op te sturen naar Geef Om Haar en Think Pink. Want even voor de duidelijkheid: een pruik is duur. Niet iedereen kan het geld voor een beetje haar ophoesten en al helemaal als een hoop andere rekeningen voorrang eisen. “60% van de vrouwen die hun haar verliezen door de behandeling (chemotherapie, etc.) vindt dit het meest pijnlijke en ingrijpende aspect van hun ziekte.” Mocht het ooit nodig zijn, dan zou ik ook graag iemands bruine lokken willen.

Nu ga ik een frisse zomer tegemoet (figuurlijk), al zweet ik wel lekker in mijn nek nu (iets met voor- en nadelen). Tips voor kapsels en styling mag je achterlaten in de comments, maar voorlopig ga ik voor de net uit bed look en zeg ik neen tegen borstels! Hoera.

Ik heb mijn haar laten knippen en spijt..