Zomerboeken

Met de zomer bijna op z’n einde presenteer ik u de laatste boeken die ik ooit zal lezen (#not, but maybe, je weet maar nooit). Vier reviews – die niet helemaal samenvatten waar de boeken over gaan, maar wel mijn gedachtenstroom weergeven – vergezelt het trieste nieuws dat ik met mijn eerste loon een e-reader kocht. Sad times voor mijn bibpas en mijn portemonnee want ‘hallo, het leven is duur!’. Maar dat is natuurlijk een heel andere blogpost die net zoals de andere berichten maar enkele views zal toevoegen aan mijn nu al overweldigende 205 paginaclicks van augustus.

The Hate U Give – Angie Thomas / Als je op 31 augustus beslist dat je deze zomer niet genoeg boeken hebt gelezen, kies dan deze young adult – maar eigenlijk gewoon een boek dat iedereen zou moeten lezen – van Angie Thomas. THUG (ja, dat staat voor The Hate U Give) gaat over het leven van de jonge Starr en het belang van de Black Lives Matter movement. In hoofdstuk twee draait het hele verhaal, dat begint als de typische YA, en ik was voor de overige 300 pagina’s hooked.

A Game of Thrones – George R. R. Martin / Met het begin (en einde) van het laatste seizoen van Game of Thrones kwam de tijdsverspillende act van het kijken van alle mogelijke filmpjes op YouTube over alle. mogelijke. theorieën. Wie gaat er eerst dood? Wie zit er op de troon? Zal Sansa ooit een lieve man hebben? Hoe gaat het hele verhaal eindigen? Het antwoord zoek ik nu gewoon bij het allerbegin: de boeken van George.

Ten overstaan van de hele wereld – Alfred Hayes / De prijs voor het vaagste boek ter wereld dat ik blijkbaar maar niet kon wegleggen gaat naar Hayes. Proficiat, man! Het Hollywood van de jaren vijftig, waarin het boek zich afspeelt, lijkt bijzonder veel op de realiteit van vandaag. Een jonge vrouw laat zich verleiden door eender wie daar zin in heeft om op de een of andere manier aan een rolletje in een film te geraken. Een man van middelbare leeftijd heeft een heel saai leven. De rest laat ik onbesproken.

Umami – Laia Jufresa / Dit boek! Zo schoon. De bewoners van een hofje in Mexico-Stad lijken op het eerst zicht niet zo veel met elkaar gemeen te hebben. Maar uiteindelijk is iedereen(!) hetzelfde. Ook deze personages hebben moeite met opgroeien, loslaten en verliezen. Mijn favoriet: antropoloog Alfonso die vol liefde over zijn dode vrouw Noelia vertelt. En waar umami dan precies voor staat wordt je ook allemaal piekfijn uitgelegd.

Bye, zomer zeventien!

Advertenties
Zomerboeken

Hool – Philipp Winkler | BOEK

Hool – een spijkerharde roman over een jonge hooligan – zou nooit in mijn handen beland zijn, mocht Evelien er geen thesis over geschreven hebben. Waar zo’n thesis al niet goed voor kan zijn. (En voor veel meer boeken moet je bij haar blog zijn!) Volgens de theorie ‘als iemand er een thesis over kan schrijven’ moest het boek dus wel meer dan een persoon kunnen interesseren. Zo geschiedde.

Heiko is een jonge hooligan die na wat vervelende gebeurtenissen thuis – het vertrek van zijn moeder, het alcoholgebruik van zijn vader, etc. – zijn toevlucht zocht in drank, drugs en voetbal, of toch het zodanig hevig heilig supporteren voor een bepaalde ploeg dat het bijna ziekelijk wordt. Hannover 96 is die gelukkige voetbalploeg waar Heiko en zijn vrienden maar al te graag voor op de vuist gaan.

Schrijver Winkler beleefde het hele hool-gebeuren ooit van dichtbij wat maakt dat dit boek meer is dan een verhaaltje over een jonge gast die het rechte pad even kwijt is. Ik zou het boek na twintig pagina’s hebben opgegeven als het verhaal niet zo innemend meespelend zou zijn als het is. Ik voelde na twee alinea’s al een soort van medeleven dat veel personages nooit krijgen van mij. Wat niet weg neemt dat Heiko ronduit een marginaal geval is. Maar op de een of andere manier kan je als lezer begrijpen waarom je met de supporters van een rivaliserende ploeg zou afspreken om op elkaar te blijven kloppen tot er nog maar een zieltje bij bewustzijn is: een nooit eerder beschreven groepsgevoel.

Het boek is een aaneenschakeling van hilarisch omschreven passages, geheel ‘uit het leven gegrepen’ en ontroerende flashbacks, die een pijnlijk verleden vertellen. Dat in combinatie met het nodige potje humor zorgt voor stukjes als deze:

“Op de witte stang die het veld scheidt van de toeschouwers hangen de vaders en moeders. Vooral vaders. Twee van hen staan niet ver bij me vandaan. Als ik ze zie word ik al misselijk. Jack Wolfskin-jacks. Nette broeken. Actief-ademende sportschoenen voor bejaarden. Ik geef niet zoveel om uiterlijkheden, maar het gaat om de relatie tussen dit, tja, uniform mag je wel zeggen, en wat deze snuiters aan verbale diarree produceren. Terwijl hun hangbuik de grond bijna raakt, leunen ze losjes op de stang en doen ze een potje ‘wie heeft hier de grootste?’ Wie het dikste salaris, wie de meest luxe vakantie, wie heeft de laagste prijs uitonderhandeld voor het verhogen van de carport, zodat de nieuwe, volstrekt overbodige gezin-SUV eronder past, ook al was de oude stationcar nog prima. Ik zou het liefst meteen op ze afgaan en ze allebei een flinke bitchslap verkopen.” (Philipp Winkler)

Het enige, niet te verklappen minpunt: het einde.

Hool – Philipp Winkler | BOEK

I’ve been reading (deel 2)

Het is bijna niet te geloven dat ik het eerste leerjaar overleefde met leesniveau 0. Ja, nul. Als in het laagste en dus eigenlijk geen leesniveau. Toen ik zes jaar later voor mijn plezier een boek las, dachten ze thuis dat ik ziek werd. Het kind dat niet wilde oefenen, leest. Het kind dat huilende van de zenuwen haar leestest drie keer opnieuw moest gaan doen, leest. Het kind dat nooit leesniveau 9 haalde, you know.. LEEST op miraculeuze wijze.

Om nu mijn niveau rustig op de bouwen, koos ik voor een dun, een dik en een iets daar tussenin boek. Het hele leesniveauspektakel en ‘in de bib mag jij alleen boekjes kiezen met rode bolletjes’ lieten zijn sporen na, dus ik doe het rustig aan. Op mijn eigen tempo lees ik nu gemakkelijk meer boeken dan alle kinderen met niveau 9 uit mijn klas ooit zullen lezen. U ziet het, het houdt me bezig, dit onverwerkt trauma.

174 pagina’s

Geen jalapeños – Thomas Beijer // Ik was niet onder de indruk van de titel van dit boek. Ik bedoel, jalapeños? En dan ook nog eens geen. Op hoeveel mogelijke manieren zou je het woord zelfs kunnen uitspreken? Maar een uitzonderlijk schrijftalent – zoals op de cover wordt beweerd – is ie wel. De nacho’s zonder kaas en jalapeños staan bijna metafoor voor een leven dat te weinig voldoening geeft. Arthur, het hoofdpersonage, heeft duidelijk last van een quarterlife crisis op z’n dertigste. De pianist en zijn vrienden (wanneer is iemand een goede vriend?) hebben het moeilijk met de liefde en het leven. Een tragikomisch verhaal dat ik als trage lezer in enkele uren uitlas. Aanrader voor de liefhebber van het kleine verhaal zonder wereldschokkende gebeurtenissen.

311 pagina’s

De wezens – Matt Haig // Matt, waar zal ik beginnen? In de eerste plaats liet ik me verleiden door de achterflap. Het boek zou “een wonderlijke kruising tussen Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht en The Man Who Fell to Earth” zijn. Laat die eerste titel nu een van mijn favorieten zijn. Ik was meteen verkocht. Vervolgens bleek de originele titel van het boek The humans te zijn. Mensen dus.. Het verhaal is dan ook nog eens een mix tussen sciencefiction en de hopeloze realiteit. Met momenten vond ik het boek gewoon te melig voor woorden, maar met een zekere waarheid. Voor iedereen die het boek niet wil lezen deze quote: “Net als religie barst de geschiedenis van de mensheid van de deprimerende dingen als kolonisatie, ziektes, racisme, seksisme, homohaat, klassenbewust snobisme, milieuvervuiling, slavernij, totalitarisme, militaire dictaturen, uitvindingen waar ze niet mee kunnen omgaan (de atoombom, het internet, de puntkomma), het afgeven van slimmeriken, het verheerlijken van dwazen, verveling, wanhoop, repeterende instortingen en rampen in het landschap van de psyche.” De hond op de cover maakte alles goed. En dat mopje over de puntkomma ook.

701 pagina’s

American gods – Neil Gaiman // Een paar weken geleden begon ik de gelijknamige serie te kijken (een verfilming van deze klepper van een roman). Het is iets met rare verhalen die soms gewoon niet te volgen zijn – en je moet ze ook niet willen volgen want zo werkt het niet. Eerlijk is eerlijk, ik las het boek omdat ik moest weten hoe het verder ging. Het eerste seizoen toont namelijk nog geen derde van het hele verhaal. En ben ik blij dat ze dit boek in onze bib hadden. Het hoofdpersonage, Shadow Moon, is weer een vrij man. Zijn reis van de gevangenis naar zijn vrouw Laura brengt wat onverwachtse wendingen met zich mee. Het blijkt een groot opgezet spel van de ‘old gods’. De arme goden die ooit naar Amerika afreisden, maar helemaal in de vergetelheid zijn geraakt. Ze willen het in een strijd opnemen tegen de nieuwe goden. Maar het boek is veel meer dan een fantasieverhaal over een jonge man en de goden. Liefde, trouw, bedrog, immigratie, vooruitgang, geloof, religie, offers en opoffering, de dood, etc. Het lijstje is oneindig. De enige manier om te begrijpen waarover het boek gaat, is door het te lezen. Voor- en/of nadeel: je bent er minstens een week zoet mee. Enjoy!

Q: Welke boeken staan op jouw lijst deze zomer? Om de een of andere reden wil ik alleen nog Giphart lezen.

I’ve been reading (deel 2)

Ik ook van jou.

In een ver verleden – ook wel aangeduid met de term ‘het 6e middelbaar’ – had ik rond deze tijd (ongeveer) een mondeling examen Nederlands. Ik las het boek Het Parfum van Patrick Süskind. Het boek was om onuitgesproken redenen *kuch, een film* een populaire keuze en dat leidde tot het ontstaan van maar liefst acht vragenreeksen. Ik koos fiche 8 en kon vrijwel geen enkele vraag beantwoorden. Streber die ik was/ben, had ik wel een fragment (uit een ander boek) gelezen om extra en achteraf bekeken noodzakelijke punten te sprokkelen. Iets van Giphart. Hilarisch (en) realistisch. Dat ik zijn andere werken ook goed zou vinden.

Vijf jaar later, dat verre verleden.. Ik lees op de trein richting Antwerpen Ik ook van jou van diezelfde Ronald Giphart. Op tig momenten moet ik me inhouden om niet in lachen en/of tranen uit te barsten. Het is alsof ik mezelf vind in een boek dat drie jaar voor mijn geboorte het levenslicht zag. Ik voel waarom ik schrijf en ook waarom een “wereldschokkend debuteren voor mijn 18e” er nooit heeft ingezeten. Hoe kan het dat een boek uit 1991 en een leerkracht uit 2012 mijn leven vandaag regenboog kleurden?

You had me at het begin van de twee alinea. “De grap van mijn leven is dat nooit iets gaat zoals ik denk dat het zal gaan.” Een jonge schrijvende Ronald en zijn al even blakende jonge vriend Edgar Fräser besluiten het schrijven even te laten en vertrekken voor enkele dagen naar de Dordogne. Onder het motto van “grote queeste naar literatuur en seks” kanoën de twee verveeld door de Zuid-Franse streek. Als er dan een kano met twee jonge vrouwen passeert, weten ze niet wat zeggen. Ze besluiten een kwartier te wachten en beginnen dan als gekken te peddelen in de hoop dat hun zoektocht niet al te droog zal eindigen.

De ster van de show? Fräser!  Met uitspraken als “Liefde is: als zij dood gaat necrofiel worden” is hij je nieuwe beste vriend en ook meteen je wingman. Hij noemt zichzelf de generatie zonder honger, zonder oorlog, zonder problemen. En over gelukkig zijn heeft nog nooit iemand een goed boek geschreven dus probeert hij in een wanhopige poging dan maar de kano te laten kantelen terwijl hij nog wat aardappels met paprika eet (paprikachips). “Jong, knap, bedroefd en totaal verliteratuurd.”

Tussen de stukjes avontuur krijgen we ook het verhaal van Ronald en Reza: een liefde gedoemd om te mislukken, een relatie die al de liefde uit je lijf zuigt, maar nooit iets teruggeeft. Als het boek vandaag werd uitgebracht, kreeg het vast en zeker de stempel van quarterlife crisis meets fatale liefde. Maar ook nu zou het boek een topper zijn omwille van zijn typisch Nederlandse (Hollandse) liefderatuur, rechttoe rechtaan zonder doekjes erom en om zijn hilarisch (hedendaagse) uitspraken. Er komen dan wel geen laptops en smartphones aan te pas, maar Vogue van Madonna maakt een uiterst hippe appearance en vrijen zonder anticonceptie was ‘toen ook al’ not done.

Dertig procent van mij wou dat ik dit boek al veel eerder had gelezen. De overige zeventig procent gelooft heilig in het vlindereffect en vindt het prima zo. Het maakt deze week alleen maar mooier. En als je dan toch met je boek onderweg bent naar Antwerpen, ga dan donuts eten bij Hoeked en neem een trein met vertraging. Ook: het is waar wat ze zeggen. Don’t judge a book by its cover. Geniet van het weer. Voetjes in het water. Veel succes met de laatste loodjes. Verder geen mededelingen meer. Doei. PS: allemaal Giphart lezen deze zomer. Andere boeken lezen? Ook goed.

Ik ook van jou.

I’VE BEEN READING

In mijn ‘dingen voor dit jaar’ stond het mega ambitieuze plan om Honderd jaar eenzaamheid van Gabriel García Márquez te lezen. Ik zeg mega ambitieus omdat ik het vorige maand probeerde en ik welgeteld 52 pagina’s heb gehaald voor ik het moest opgeven. Het is iets met dode schrijvers. Ik kan ze maar moeilijk lezen. John Steinbeck (hoewel interessant en vlot leesbaar), Eduard Douwes Dekker (hilarisch, maar waar gaat de verhaallijn naartoe?) en Jan Cremer (nog niet eens dood) staan ook al op het lijstje. Misschien wil ik gewoon te graag de klassiekers van de (wereld)literatuur lezen.

Dus gooi ik het voorlopig over een andere boeg en kies ik simpelweg mijn eigen klassiekers. Met trots en met instagramfoto stel ik ze aan u voor..

1 / Holding up the universe – Jennifer Niven

Na het lezen van All the bright places was ik een beetje verliefd geworden op Niven en dus kocht en las ik met veel plezier nog een werk van haar hand. Ik wil niet zeggen dat ik teleurgesteld ben, maar ik ben op zijn zachts gezegd ook niet wild enthousiast. In een paniekerige poging het young adult genre niet te ontgroeien las ik het in een ruk uit. Het komt allemaal goed met Libby en Jack. Niet dat ik iets anders had verwacht. Sommige delen vond ik puberaal romantisch in de positiefste zin van het woord. Andere passages waren dan weer goedkope Amerikaanse tienerserie slecht. Aan u de keus. Ik wacht gewoon rustig op een nieuwe bestseller van John Green om weer halsoverkop verliefd te worden.

2 / Extreem luid & ongelooflijk dichtbij – Jonathan Safran Foer

Tijdens onze laatste avond in Warschau kreeg ik dit boek, in de vorm van een dwarsligger, in mijn handen geduwd. (Dank u, Lore!) De vlucht naar huis voelde aan als een klein kwartiertje. Ik ben een trage lezer, maar deze roman leest als een sneltrein. De kleine, intelligente Oskar verliest zijn vader in de aanslagen op de Twin Towers op 11 september 2001. Hij start een zoektocht naar de waarheid (hoe is hij precies gestorven?) en bedenkt onderweg nog een paar uitvindingen, maakt een eenzame, bejaarde man gelukkig, toont zich van zijn charmantste kant en houdt een plakboek bij dat we ook echt te zien krijgen. Rouwen werd nog nooit zo mooi omschreven en ik was vooral onder de indruk van de verhaallijn door oma’s ogen.

3 / The shore – Sara Taylor

Zoals eerder vermeld: dit boek aan kortverhalen heb ik me laten aansmeren door mijn nieuwe beste vriendin Pandora Sykes. Alleen.. ze weet het nog niet. Maar over het boek dus. Een familiestamboom rolt zich in niet chronologische volgorde uit en onthult zo beetje bij beetje de gruwels die schuilgaan achter het idyllische landschap van de eilandengroep “the shore” voor de kust van Virginia. Geen light read zoals ze dat zeggen. Wel meesterlijk fascinerend. Ik was helemaal vergeten dat mysterieuze drama thrillers ook mijn ding zijn. Dus toch hoog tijd om young adult – als genre welteverstaan – achter mij te laten?

4 / En we noemen hem – Marjolein van Heemstra

Vijf sterretjes voor deze vers van de pers roman van Marjolein van Heemstra. In de zoektocht naar een naam voor de baby op komst raakt het hoofdpersonage (en schrijfster?) verzeild in een net van verhalen, weetjes en ‘zou’-berichten over een familielegende, een verzetsheld. Maar waar ze eigenlijk naar op zoek is, is een geschiedenis van feiten over een oom, die – zo maakt de context duidelijk en om zeer relevante redenen – ook wel eens bommenneef wordt genoemd. Een meeslepende queeste die voor mij net geen twee dagen duurde. Heerlijk (ont)spannend en groots in zijn kleinheid. Ik raad iedereen aan dit boek aan het begin van de zomer te lezen zodat er nog minstens zes weken overblijven voor het zoeken naar en ontrafelen van eigen familiemythes.

5 / Thuis ben je. Berichten van een Hotelmens – Arnon Grunberg

Thuis ben je waar je reïncarnatie als kat overweegt. Waar je je moeder hoopt te vinden. Waar de gelukszoekers jou zoeken. Als mijn favoriete schrijver-journalist kan Arnon Grunberg weinig verkeerd doen wat ‘berichten’ betreft. Misschien was het vooral de roze cover en het ‘leven uit je koffer’-gevoel dat me aantrok aan dit boek toen ik in de bib voor een overvolle rek stond. Uiteindelijk is het wel de stem van Arnon die ervoor zorgt dat ik ook dit boek in twee dagen uitlees. Met dezelfde vraag in het achterhoofd – wat betekent het om thuis te zijn? – kunnen alle stukken los van elkaar gelezen worden (zoals dat ook gedurende drie jaar op decorrespondent.nl kon).

Maar waarom zou je dat doen als je ook een boek kan lezen?

 

 

I’VE BEEN READING

Een nieuwe cover: I love Dick – Chris Kraus

Op de (originele) cover van dit romantische uitziende romannetje staan de volgende woorden: “Dit is het belangrijkste boek over mannen en vrouwen dat de afgelopen honderd jaar is verschenen”, aldus Emily Gould, journalist bij The Guardian. En dus dacht ik, heel naïef, dan moet het wel een baanbrekend romantisch verhaal zijn. De titel – I love Dick – bevat naast een heerlijke woordspeling (excuses..) een luchtig kantje en iets verraderlijk onbetrouwbaars.

Over het boek

Chris Kraus, een negenendertigjarige experimentele filmmaker en haar man Sylvère Lotringer hebben al jaren geen seks en (nog geen oorzakelijk verband hier) gaan op bezoek bij Dick, een collega van Sylvère. Deze man – die zijn naam niet gesloten heeft (nogmaals, excuses..) – veroorzaakt als kleine waterdruppel een tsunami in Chris’ innerlijke dal van emoties. Ze is op slag verliefd en (samen met Sylvère) bombardeert ze Dick tot het onderwerp van haar volgende project: een grensverleggende brievenroman die u in de vorm van het boek I love Dick kan lezen.

Het boek begint als een heel herkenbare situatie. Er gebeurt iets en dat iets houdt je vervolgens constant bezig. Je denkt erover na, jaagt je erover op en spendeert veel te veel uren aan het herhaaldelijk influisteren bij jezelf dat het allemaal zo erg niet is. Maar dat is het eigenlijk wel. Chris besluit na het bezoek aan Dick dan ook haar gevoelens op te schrijven omdat ze precies dat gevoel heeft dat ze zich opjaagt over niets. Negentig bladzijden aan brieven later blijkt niet alleen dat Sylvère na tien jaar huwelijk nooit van haar heeft gehouden, ook komt ze tot de conclusie dat vrouwen dringend op gelijke voet met ‘de man’ mogen worden gesteld. Dick aan de andere kant voelt zich door Chris en Sylvère misbruikt. Hebben zij het recht wel Dick te ontleden en te beschrijven? Ook in de jaren 90 werd er duidelijk aan schending van de privacy gedaan, aldus meneer D.

Ja, u dacht ook dat het een fris en frivool liefdesliedje was, niet? Na een mug die terecht verandert in een olifant wijdt Kraus uit over verschillende diepgravende onderwerpen. Met  vooroplopend het feminisme, gevolgd door vrouwen in de kunstwereld, mannelijke kunstcritici, filosofie, schizofrene wezens en handelingen, de vrouw als lustobject en relaties allerhande. Verwarrend én om van te smullen, dit boek.

De beste zin

Om jullie verlangen dit boek ‘op jullie nachtkastje’ te leggen – zo raadt Alma Mathijsen ons op de achterflap aan – nog wat aan te wakkeren, ziehier een greep uit de woordencombinaties in de vorm van de (door mij gekozen) beste zin uit I love Dick. Ik citeer:

“Schaamte is wat je voelt wanneer je hebt toegestaan dat iemand je over bepaalde grenzen trekt – en je je drie dagen later verscheurd voelt door verlangen, paranoia, etiquette, en je jezelf afvraagt of ze zullen bellen.” – een eerder uitgebreide definite van schaamte, gezien van Chris’ perspectief, in de hoop dat Dick haar zal bellen.

Of toch deze: “Ik denk dat het simpele feit dat vrouwen praten, zijn, paradoxaal, onverklaarbaar, brutaal, zelfdestructief maar boven alles publiekelijk het meest revolutionaire ter wereld is.”

En omdat ik niet kan kiezen (ha! vrouwen!) eentje om het af te leren: “Soms is toeval echt deprimerend onvermijdelijk.” – waar! En daarom officieel de beste zin.

De nieuwe cover

Ik dacht er even over na op de blog een aparte pagina te voorzien met literaire (en iets minder literaire) aanraders. Twee minuten later bedacht ik me dat dat niet zo’n goed idee was. Ik zou toch nooit iets schrijven over een boek waar ik niet helemaal weg van ben. Want zoals je ziet – en als je tot hier bent geraakt -, als ik een boek goed vind, komen de woorden vanzelf en gaat een tienregelige recensie op een aparte pagina zijn doel volledig voorbij. Meteen schoot een ander idee me te binnen: ik maak een nieuwe cover voor het boek. Niet met de bedoeling de originele cover(s) af te breken. Wel om mezelf een extra uitdaging te geven.

artboard-1

(mijn cover voor I love Dick – idee en ontwerp door le me, Sien Wevers)

Wie het boek gelezen heeft, zal meteen begrijpen waarom ik in mijn ontwerp kies voor de cactus. Misschien niet meteen het algemeenste beeld dat dit boek oproept, maar zeker een statisch beeld dat in mijn hoofd is blijven hangen. Dus zoals altijd: don’t judge a book by its cover!

I love Dick werd voor de eerste keer uitgebracht in 1997 en werd in 2016 vertaald vanuit het Amerikaans (zo vermeld het boek zelf) door Evi Hoste en Anniek Kool. Twee dikke pluimen hier want de cultuurkritische taal van Kraus is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken. Mocht het nog niet helemaal duidelijk zijn: dit is een echte aanrader!

stars

Ook leuk om te lezen: An abondance of Katherines – John Green & All the bright places – Jennifer Niven. Meer girlpower nodig? Lees dan I am Malala.

Een nieuwe cover: I love Dick – Chris Kraus

All the Bright Places – Jennifer Niven

Ook al zegt de cover van het boek ‘the story of a girl who learns to live from a boy who wants to die’. Hier was ik echt niet klaar voor, op een goede manier. All the Bright Places is een ‘luchtig’ boek over een zwaar onderwerp: psychische problemen en zelfdoding. Ik zeg luchtig  omdat ik na het lezen van de achterflap een donker verhaal verwachtte. En dat was het dus niet (altijd). Het internet vindt de vergelijking met John Green’s The Fault in Our Stars waarschijnlijk volledig onterecht, maar ik zie het wel. Centraal: jonge liefde getroffen door het leven. Op een heel andere manier.

All the Bright Places by Jennifer Niven

Finch en Violet staan op de klokkentoren van hun school en denken allebei aan springen, aan een kort einde. Totdat ze elkaar zien en Finch Violet en zichzelf kan overtuigen niet te springen. Finch is – zoals altijd – de freak en Violet is de nieuwe schoolheldin want iedereen gelooft het andere verhaal. Violet heeft het na de dood van haar zus – ze kwam om in een auto-ongeval – moeilijk om zich aan te passen aan een leven zonder Eleanor. Bij haar populaire vriendinnen kan ze niet echt terecht en Finch kan wel wat vriendschap gebruiken. Voor een aardrijkskundeproject ontdekken ze samen Indiana, zichzelf en elkaar.

We krijgen het verhaal afwisselend vanuit Finch’s en dan weer vanuit Violet’s oogpunt te lezen. Dat maakt dat dit boek heel gevarieerd is en dat we in de hoofden van de twee personages kunnen kijken. Niet onbelangrijk natuurlijk als je weet dat ze alle twee last hebben van mentale problemen. Violet is depressief en Finch heeft zelfmoordneigingen. Niven brengt beide problemen heel mooi onder de aandacht in dit boek en stelt de zelfmoordneigingen van Finch tegenover de dood van Violet’s zus: er is geen keuze. (Of er lijkt geen keuze te zijn.) En dat is iets wat ik nu pas voor 100% begrijp.

Ook al heb ik over het algemeen niets gemeen met de hoofdpersonages uit dit boek – behalve dan dat we in een wereld leven die het ons soms moeilijk maakt – stond ik er van versteld hoe goed Niven mijn gedachten kan weergeven. Alsof Violet’s brein soms ook het mijne was. En dan weet je dat het oké is om te veel na te denken.

“What are you most afraid of?” I say before we jump. I can already feel my skin starting to burn from the sun.
“Dying. Losing my parents. Staying here for the rest of my life. Never figuring out what I’m supposed to do. Being ordinary. Losing everyone I love.”

En ook dat het oké is om niet altijd te weten wie je bent of wat je wil. Finch heeft het al lang opgegeven om te zijn zoals de rest (het wil) en probeert alleen nog maar versies van zichzelf te zijn. Iets wat we misschien allemaal eens moeten proberen. Uiteindelijk is de beste optie altijd jezelf zijn, ook als dat de moeilijkste optie is. (En nu maak ik het weer allemaal ingewikkelder dan het is.) Maar dit is echt een boek zoals je het wil: zonder vreemde omwegen om tot een happy ending te komen en dat je toch niet totaal in tranen achterlaat. Al zijn zakdoekjes tijdens het lezen wel aan te raden. (Boek: €11,95 bij Standaard Boekhandel)

All the Bright Places – Jennifer Niven