Herfstvakantiemonoloog

Hoe oud bent u? Heeft u huisdieren? Heeft u een vriend? Uw vriend heet *naam lief* hè? Heeft u een auto? Kan u die toets van morgen verzetten? Welke pagina? Wat is de datum van vandaag? Mag ik typex lenen van iemand? Mag ik naar het toilet? Het is echt heel dringend. U komt iedere dag met de fiets  hè? Oh, zou u dan samen met mij naar school willen fietsen?

Het is vakantie.

Ik had het wel door hoor. De eerste dagen van het nieuwe schooljaar kon je niet aan het getal ontsnappen. Acht. Acht weken. Dan zouden we (weer) vakantie hebben. Je kon het niet missen. Ze hadden het cijfers net zo goed op de betonnen speelplaats kunnen schilderen of op de poort van de fietsenstalling. Ze hadden het door de luidsprekers kunnen declameren of iedereen om de acht minuten een mailtje kunnen sturen met daarin enkel het hoopgevende cijfer. Mocht ik dan op miraculeuze wijze toch niet hebben opgevangen hoe lang het zou duren, hadden de leerlingen me er wel aan herinnerd.

Gaat u op vakantie, mevrouw?

Nee. Misschien. Het maakt ook niet uit. Ik ga liggen, rusten, een beetje werken en nietsdoen. Hier of ergens anders. Me voorbereiden op de komende acht weken. Dan is het weer spurten van de ene brug naar de andere. Voorlopig niet met de wind in de rug, maar wel op kop. Haastig, voor ook die overgang instort, voor het nieuwjaar wordt. Ik kan er nog om lachen. Het is oké. Niet iedereen wil zijn computer ruilen voor ook maar één puber. Niet iedereen baadt deze week met z’n voetjes in ’t verlof.

Daarom beloof ik plechtig dat ik zo veel mogelijk films van Tim Burton zal kijken, zo veel mogelijk Nederlandstalige jeugdboeken zal lezen, zo veel mogelijk niet-Europese wellnesstrends zal uitproberen, zo veel mogelijk kerstlijstideeën zal bedenken. Ik zal wandelen en slapen, verbeteren en denken, opruimen en dromen. Andere voorkeuren op aanvraag.

Vakantie of niet, fijne week!

Advertenties
Herfstvakantiemonoloog