Het eiland

Na lang zwemmen spoelden we aan. Lamme armen, zware benen. Goed om dagen niet naar de fitness te gaan. Het is er schoon. Mooi weer, witte stranden, onbereikbaar exotisch fruit, de grootste monstera’s ever. Handdoek uitgerold en melkflessen ingesmeerd. Daar liggen we dan. Heel even genieten. De wolken doen ons niets, maar het zand begint te kriebelen.

Ooit, heel snel, zullen we verder moeten. Hoe mooi de jungle ook is. We willen regen, steden, fietsen tegen de wind in. Slapeloze nachten, indommelen op de zetel en spartelen voor de sport. Bloed, zweet en tranen. Versleten schoenen, diepvries maaltijden en knuffelen voor de dag begint. Rennen, lopen, spurten, vallen over onze eigen voeten of die van elkaar. Sleuren, smeken, liefhebben, liggen. Lawaai, lange dagen, discussiĆ«ren om niets, lachen. Zolang we maar met z’n twee.

Advertenties
Het eiland

Toen en nu

Acht jaar geleden zette ik voor het eerst voet in Parijs. Dat deed ik niet alleen. Ik was er met de vrienden van mijn leven (lees: klasgenoten) en zou dankzij de regen enkel momenten onthouden: de kortste ipv de mooiste weg van punt A naar punt B, schuilend voor de regen de laatste happen van een broodje gezond eten, onder afdakjes naar de muren van het dichtstbijzijnde gebouw staren om vooral de wind niet te moeten voelen en de Mona Lisa liet aan me voorbij gaan. De geur van de metrostations zit nog steeds in mijn neus.

Ik had verliefd kunnen worden op Parijs en op mijn eerste citytrip, mocht het toen niet zo geregend hebben.

nirzar-pangarkar-19710-unsplash.jpg

Afgelopen weekend ging ik naar datzelfde Parijs, acht jaar later. Nu badende in de zon en net zoals toen net geen zeven uur op de bus met een hoop jengelende jung. Het slapen ging me al wat beter en ik begreep de franse chansons. Op Montmartre vindt iedere kunstenaar je nog een knap meisje (fille) – of toch knap genoeg om je te laten betalen voor een tekening en voor een plasje in Les Tuileries leg je de mooie som van tachtig eurocent neer. De elektriciteit van Centre Pompidou komt nog altijd via de gele buizen binnen en Louis XIV leefde echt als god in Frankrijk. Het uitzicht vanop de Eiffeltoren is er nog en de Mona Lisa lacht nog steeds.

Alleen ik en mijn ziel, Parijs zijn een beetje anders.

Photo by Nirzar Pangarkar on Unsplash.

Toen en nu