Hool – Philipp Winkler | BOEK

Hool – een spijkerharde roman over een jonge hooligan – zou nooit in mijn handen beland zijn, mocht Evelien er geen thesis over geschreven hebben. Waar zo’n thesis al niet goed voor kan zijn. (En voor veel meer boeken moet je bij haar blog zijn!) Volgens de theorie ‘als iemand er een thesis over kan schrijven’ moest het boek dus wel meer dan een persoon kunnen interesseren. Zo geschiedde.

Heiko is een jonge hooligan die na wat vervelende gebeurtenissen thuis – het vertrek van zijn moeder, het alcoholgebruik van zijn vader, etc. – zijn toevlucht zocht in drank, drugs en voetbal, of toch het zodanig hevig heilig supporteren voor een bepaalde ploeg dat het bijna ziekelijk wordt. Hannover 96 is die gelukkige voetbalploeg waar Heiko en zijn vrienden maar al te graag voor op de vuist gaan.

Schrijver Winkler beleefde het hele hool-gebeuren ooit van dichtbij wat maakt dat dit boek meer is dan een verhaaltje over een jonge gast die het rechte pad even kwijt is. Ik zou het boek na twintig pagina’s hebben opgegeven als het verhaal niet zo innemend meespelend zou zijn als het is. Ik voelde na twee alinea’s al een soort van medeleven dat veel personages nooit krijgen van mij. Wat niet weg neemt dat Heiko ronduit een marginaal geval is. Maar op de een of andere manier kan je als lezer begrijpen waarom je met de supporters van een rivaliserende ploeg zou afspreken om op elkaar te blijven kloppen tot er nog maar een zieltje bij bewustzijn is: een nooit eerder beschreven groepsgevoel.

Het boek is een aaneenschakeling van hilarisch omschreven passages, geheel ‘uit het leven gegrepen’ en ontroerende flashbacks, die een pijnlijk verleden vertellen. Dat in combinatie met het nodige potje humor zorgt voor stukjes als deze:

“Op de witte stang die het veld scheidt van de toeschouwers hangen de vaders en moeders. Vooral vaders. Twee van hen staan niet ver bij me vandaan. Als ik ze zie word ik al misselijk. Jack Wolfskin-jacks. Nette broeken. Actief-ademende sportschoenen voor bejaarden. Ik geef niet zoveel om uiterlijkheden, maar het gaat om de relatie tussen dit, tja, uniform mag je wel zeggen, en wat deze snuiters aan verbale diarree produceren. Terwijl hun hangbuik de grond bijna raakt, leunen ze losjes op de stang en doen ze een potje ‘wie heeft hier de grootste?’ Wie het dikste salaris, wie de meest luxe vakantie, wie heeft de laagste prijs uitonderhandeld voor het verhogen van de carport, zodat de nieuwe, volstrekt overbodige gezin-SUV eronder past, ook al was de oude stationcar nog prima. Ik zou het liefst meteen op ze afgaan en ze allebei een flinke bitchslap verkopen.” (Philipp Winkler)

Het enige, niet te verklappen minpunt: het einde.

Hool – Philipp Winkler | BOEK