een volstrekt doorsnee voormiddag in tijdens van corona

Ja, we zijn hier nog gezellig met z’n allen in ons kot. Corona of niet. Zon of niet. Hopen strijk of niet. Het leven gaat gewoon door. En wel zo:

08u23 / Ik had de wekker van één minuut voor zeven niet gehoord en wordt even later pas wakker. De zon schijnt al hevig door het kleine streepje dakraam zonder gordijn. De witte bakstenen muur in onze slaapkamer lijkt een gigantisch stuk brie. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ik een paar dagen geleden naar de documentaire Cowspiracy heb gekeken. Stof om over na te denken nu ik op vreemde plaatsen en momenten over kaas begin te (dag)dromen.

09u05 / Wanneer ik uiteindelijk opsta en de trap afga met mijn zure benen ruik ik de zure matten die ik gisteren probeerde te maken. Ze zijn nog niet helemaal droog, dus dan maar iets anders als ontbijt.

09u35 / Een half uur later lig ik alweer. Op de zetel deze keer. Ik wil nu absoluut het einde kennen van Girl, Woman, Other. Ik pink bijna een traantje weg als het zover is. Het hele boek leek fragmentarisch met kleine linken, maar op magische wijze komt alles samen in een einde.

10u27 / De verveling slaat toe. Ik kijk uit het raam om onze slecht gewassen auto’s (mijn schuld) te bewonderen en probeer een inschatting te maken van hoe lang exact ik erover zal doen om die drie wasmanden strijk te verwerken (uitgesteld tot later). Daarna denk ik even na over alle dingen die ik nog nooit gedaan heb en waarschijnlijk ook nooit zal doen: uit een vliegtuig springen met een parachute, verder lopen dan die zes kilometer van gisteren, de film E.T. kijken.

10u32 / Tijdens het dagelijks scrollen kom ik de oorbellen van mijn dromen tegen (sidenoot: ik draag geen oorbellen meer sinds mijn veertiende) en dus zoek ik het antwoord op een der grote levensvragen: kunnen gaatjes dichtgroeien? Ik vind ‘nergens’ een wetenschappelijke verklaring. De vraag lijkt alleen gesteld te worden op louche fora. Hoe moet het verder met deze dag? Help!

11u13 / Tijd om mijn bloomonbosje nog wat uit te dunnen. Blijven over: het monsterablad, de katjestak, de roos, de andere roos en een bloem waarvan ik de naam niet ken.

11u58 / Lunch in pyjama.

een volstrekt doorsnee voormiddag in tijdens van corona

Een doodgewone voormiddag in tijden van corona

De titel van dit stukje tekst spreekt voor zich, toch?

06u59 / De wekker gaat. Ja, om één minuut voor zeven. M moet van thuis uit werken. Ik moet de dag zien door te komen zonder het afwasmachine leeg te maken, onze planten te verdrinken en mijn goed voornemen van gisteren – iedere ochtend yoga with Adrienne – vol te houden. Dit exacte tijdstip zorgt ervoor dat ik precies een keer kan snoozen en toch om vijf na al op het toilet zit.

07u38 / Ik skip dus die yogasessie en nu we toch bezig zijn meteen ook mijn poging om een gezonder alternatief voor cornflakes als ontbijt te nuttigen. Morgen is een nieuwe dag. Ik zet me in de zetel en kies een ander boek vanop de plank. Terwijl ik Such a fun age nog niet uitheb, begin ik alvast in Quichot.

08u29 / Twee dagen geleden heb ik mezelf getrakteerd op twee maanden gratis Skillshare en een doos kleurpotloden. Ergens hoop ik dat er nog een carrière als illustrator voor mij is weggelegd, maar na een vergeefs experiment van een naar mijn mening goed idee keer ik terug naar de lessen van Roxane Gay over hoe een goed essay te schrijven – iets wat er overigens ook nog niet meteen zit aan te komen hoor.

10u33 / Ik staar naar mijn nagels in de hoop dat ze sneller gaan groeien als ze de nodige aandacht krijgen. Daarna test ik of het mogelijks ook een effect heeft op mijn haar, (bye bye dure haarvitaminen) en onze verlepte basilicumplant. Terwijl ik de correcte schrijfwijze van basilicumplant opzocht, vond ik meteen ook enkele praktische tips. Dagelijks water geven!

11u01 / Ik zat in bad, gewoon in bad. Twee hoofdstukken van dat andere boek lezen, wachten tot het water koud wordt, het geluid van mijn grommende maag verwarren met dat van de foodprocessor. Boterhammen met hummus eten.

12u38 / M en ik maken een korte edoch vrolijke middagwandeling. Lang leve de zon, mijn kleine babybroer en mijn mama die voor T’s verjaardag vijf euro op mijn rekening heeft gestort met de opdracht om pateekes te gaan kopen en die af fotograferend op te eten ter ere van zijn tweeëntwintigjarige bestaan. Hoera! (Herbruikbare) ballonnen! (Biologisch afbreekbare) confetti! (Van op een respectabele afstand) kusjes en knuffels!

Een doodgewone voormiddag in tijden van corona

een zaterdagvoormiddag aan zee

Sinds mijn grootouders hun appartement in Heist-aan-zee te koop zetten, begin deze zomer, verlang ik naar de zee. Ik leek er maar niet te geraken, maar kijk, de zomer is nog niet echt voorbij dus.. Om half zeven op zaterdagochtend vertrokken we met z’n drietjes. Papa en pa zouden een nieuw systeem voor de ambetante nieuwe douchedeuren die nooit echt gewerkt hebben, uitproberen. Ik zou een strandwandeling maken die begint in een blakende ochtendzon en eindigt met een waterig zonnetje na een regenbui. Haar nat tegen te wangen, schoenen en sokken onder het natte zand, hartje opgelucht en uitgewaaid.

Onderweg. Ik tel mijn passen en staar naar de lijnen van de wind in het zand. Het strand kleurt langzaamaan jachtluipaard. De wolken dansen met het water, de tranen van een mislukte wals. Nog voor de laatste druppel valt en de zeedijk zowat blank staat, verschijnen de eerste wandelaarsbenen opnieuw. De regen joeg hen weg, maar een koffie en een borrel later gaat het wel weer.

Er is iets aan de zee. Het viel me vroeger, toen ik er als kind zowat iedere schoolvakantie wel een paar dagen verbleef, nooit op. Vroeger was het weg van huis, mama en papa werken, wij vakantie. Nu is het weg van alles. Rustig en rusteloos, een beetje zoals ik. Drie uur later rijden we terug naar huis.

een zaterdagvoormiddag aan zee

De man die een berg verzet, begint met het wegdragen van de kleine steentjes

Op een zonnige maandagochtend bevind ik mij na een kleine vergissing – zo’n 36,3 kilometer – in het juiste, suffe hulpkaskantoor om een uitkering aan te vragen. Dat blijkt mogelijk als -25-jarige die net geen twaalf maanden aan de slag is. Papieren netjes ingevuld, duizend C4’s onderwijs in de kofferbak en twee positieve evaluaties van de VDAB later zit ik tegenover een man die zich drie dagen geleden vergat te scheren. Wat hij voor mij kon doen?

Ik ben goed voorbereid – dat krijg je als je 45 minuten staart naar het display in de hoop dat het nummer 444 volgt op 443. Ik weet te zeggen dat ik kom voor een uitkering. Of dat mogelijk is. Naam? Adres? Telefoonnummer? De mensen in de wachtzaal schuiven van links naar rechts op hun stoel. Hoe lang gaat dat hier nog duren. Sommigen brengen hun kinderen mee, in die hoop voorrang te krijgen. Het enige wat je moet doen is geen leesboekje of stuk speelgoed meebrengen. Helaas, deze vakantie is het ieder voor zich in ruimtes waar geen airconditioning voorzien is.

De man achter loket nummer 5 heeft het wat moeilijk vandaag. Naar de printer lopen, wachten tot de gegevens van het laatste kwartaal ook eigenlijk ‘geladen’ zijn, nietjes, paperclips, kopies, nummertjes afroepen want welke werkloze is aan de beurt? Met de bibber in de hand tikt hij alle nietszeggende cijfers in in het systeem om te concluderen dat er voor mij deze maand niet veel geld zal zijn. Terwijl hij dat zegt, zucht hij in een keer goed in mijn plaats. Over vijf minuten gaat de deur dicht. Het is 11u40, er wandelen drie mensen door de deur.

“Allez, serieus? Hoe gaan we dat nog allemaal moeten doen in vijf minuten.”
– de man achter loket nummer 5

De arme man valt bijna van zijn stoel. Alsof het nog niet erg genoeg is, denkt hij ook nog van zat ik maar aan de andere kant van deze tafel. Na een half uur tête-à-tête kijk ik wat om me heen. Ik snap onmiddellijk hoe het komt dat deze man zijn zen verloren heeft. Ik kijk recht naar een gigantische wit bord met een cringy levenswijsheid in een veel te grote puntgrootte, letterype Arial.

“De man die een berg verzet, begint met het wegdragen van de kleine steentjes”
– Chinees spreekwoord

Ik overweeg de man gerust te stellen door de mensen in de wachtzaal – tien hele lichamen op het moment dat ik het kantoor verlaat, exact 11u45 – te vergelijken met een berg. Gewoon één voor één aanpakken zoals het wegdragen van kleine steentjes. Ik gooi er bijna die andere mooie wijsheid tegenaan. Veel handen maken licht werk want ook de drie dames in het kantoor zuchten eens goed. Geen emmers water naar de zee dragen. Geen sisyfusarbeid. Gewoon elke dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar. Het lijkt me niet al te moeilijk om hem te overtuigen, maar ik doe het niet. Hier ben ik niet voor opgeleid.

De man die een berg verzet, begint met het wegdragen van de kleine steentjes