1 juli

Jaren dacht ik dat de eerst dag van juli niet langer van enige betekenis zou zijn voor mij. Welke werkende mens heeft iets aan/met 1 juli? Gewoon de volgende dag in een werkweek of in een vakantie die al lang begonnen is. Maar vandaag ben ik ‘weer’ werkloos. Hoog tijd dus om mijn zomerse staycation in gang te trappen met de eerste rommelmarkt van het seizoen, drie boeken tegelijk lezen – een hoofdstuk in de zon, twintig in de schaduw – en mijn nagels gellakken terwijl ik naar de voetbal kijk. Ik blijf lekker thuis deze zomer.

Een tripje naar Napels of eilandhoppen in de Egeïsche zee zou ik niet afwimpelen mocht het Lotto-gewijs op mijn pad komen, maar ik heb geen vakantieplannen in het buitenland. Jammer, dat wel, maar vakantie houden in de achtertuin is wel zo gemakkelijk. Praktisch, organisatorisch, spontaan en als het regent leg ik de kussens van ons tuinstel gewoon weer binnen. Niemand hoeft het zwembad dicht te leggen of een oude herhaling van de kampioenen moet kijken op BVN (uhm).

Zonnecrème smeren, eindeloos lezen, laat ontbijten, nog later lunchen, lang lang wandelen bij zonsondergang, heel vroeg wakker worden zonder reden, door tijdschriften bladeren in de zon, teenslippers verslijten, moe zijn, de krant uitlezen. Thuis een beetje vakantie vieren.

Advertenties
1 juli

Nog zo jong

Zijn we niet allemaal nog zo jong in de ogen van de toekomst? Of in de ogen van iemand die zelfs maar een jaar of wat ouder is dan wij? Had ik maar. Zal ik toch. We zullen het nooit weten. Keuzes zijn er om gemaakt te worden of gewoon aan de kant te schuiven. Dat kiezen we natuurlijk niet zelf. Opdringerig en broodnodig bellen ze aan, maar laat je nooit wijsmaken dat je voor het openen van een excelbestand wifi nodig hebt. Of dat een stereoinstallatie hetzelfde is als een ordinaire radio. Of dat je iets op je neus hebt. (Een bril.) Kies zeker in dat laatste geval voor totale negatie. Hoorde ik nu iets?

Doorgaan is gekozen worden. Uitgekozen, niet uitverkoren. Het lot geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Tip: zuchten helpt! Ik heb het mensen al zo vaak zien doen. Als je maar lang genoeg volhoudt.

Nog zo jong

Hoe zal ik het zeggen (part 2)

Ik heb lang en hard nagedacht vandaag. Over vanalles, nog wat en wat ik zou schrijven. Nu zie, dat laatste deeltje vormde een klein probleem. Het snot van gisteren heeft zich namelijk tijdens de vele uren op de zetel diep in de hersenen geworteld. Net zoals de kleine prins aanraadt om apenbroodbomen zo snel mogelijk te verwijderen of op z’n minst goed te onderhouden, kan je het snot best zo snel mogelijk het lichaam doen verlaten. Daar ging het mis. Want in plaats van mijn neusgaten vol ajuinen te steken, ben ik in een pot vaseline gaan hangen om mijn pijnlijke neusvleugels een plezier te doen. Het snot moest zich maar even content doen. (Niet dus.)

Ook goed nieuws vandaag. Ik was geen enkele keer te laat met het tijdig vinden van mijn zakdoek en ik heb een persoonlijk record verbeterd: eenendertig keer inademen door de mond zonder uit te barsten in een hoestbui en eruit te zien alsof ik werkelijk in ademnood verkeer. Driewerf hoera. Geluk zit in de kleine dingen des levens, he jongens.

Hoe zal ik het zeggen (part 2)

De aanhouder wint

Na lang nadenken heb ik besloten nog niet op te geven. Heel even dacht ik dat ik geen andere optie had. Of misschien wilde ik dat ik geen andere optie had? Ik zou stoppen met schrijven. Dat had ik beslist tijdens de afwas. Maar na de reacties die ik kreeg op de post van gisteren – een antwoord van jullie op een door mij gestelde vraag – was ik ervan overtuigd dat er wel degelijk nog gelezen wordt. Waarvoor liefde en hartjes.

Met moeite vind ik tijd voor al die boeken die ik wil lezen en al de les voorbereidingen die ik moet maken. Werk en vrije tijd leken nog nooit zo ver van elkaar verwijderd. In realiteit is het maar een fietstochtje van een paar minuten, al vraagt het een zeker inlevingsvermogen thuis te komen zonder al te veel. Bovendien moesten de laatste pagina’s van Het smelt er echt door vandaag. Wat. een. opluchting.

Morgen ben ik er weer. Misschien moet ik gewoon mijn fitnessabonnement opgeven?

De aanhouder wint

“Ik heb het druk”

Ik ben van het paradoxale type: wanneer ik het druk heb – ik heb het graag druk – zou  ik het liefst uren op de zetel liggen, nietsen, lezen, eindelijk eens aan mijn carrière als tekenaar of pottenbakker beginnen. En wanneer ik het rustig heb, verveel ik me steendood, kan ik geen kwartier geconcentreerd blijven tijdens het lezen en verdoe ik mijn tijd met de meeste nutteloze en noodzakelijke dingen. Het overkomt me iedere keer opnieuw.

En dus ging ik schrijven.

Om op iedere dag toch een klein beetje vat te hebben, ging ik schrijven. Voor niemand in het bijzonder, maar eigenlijk keihard voor mijn innerlijke criticus. Want ik kon maar beter voor de rest van mijn leven blijven dromen onder een steen als ik het niet eens kon opbrengen om iedere dag een paar minuutjes tijd te maken om te schrijven. Een ‘journalist’ die nooit schrijft wilde ik niet worden. Doen alsof zat er nog wel in, maar waarom doen alsof als het ook met meer woorden kan?

Eerder probeerde ik al eens een maand aan een stuk te “bloggen”, maar dat draaide al eens uit op een fiasco. Ook #The100DayProject heb ik al over me heen laten lopen en het is waar wat ze zeggen over delen. Als ik mezelf had voorgenomen om een jaar lang iedere dag in een notitieboekje te schrijven, had ik het waarschijnlijk al opgegeven voordat de klok twaalf uur sloeg op oudejaarsavond. Door mezelf te forceren om iedere avond op publiceren te klikken en niet achterom te kijken, lukt het. Maar eigenlijk – en dit wilde ik eerder nooit geloven – moet je het gewoon doen, toch?

“Ik heb het druk”

Missed me?

Zaterdag 24 februari. Ik wist dat de dag eens ging komen, maar toch. Onverwachts is het juiste woord. Gisteren (vandaag?) keek ik om exact 00:00 naar het scherm van mijn telefoon. Ik was al te laat. Ik kon nog wel een bericht terug in de tijd plaatsen, maar dat voelde een beetje als valsspelen. De eerste dag van het jaar zonder blogpost, maar I’m still alive.

Best wel jammer want het moment om nog snel iets te schrijven was gewoon aan me voorbij gegaan zonder dat ik het besefte, zonder dat ik het doorhad. Toch, no worries. Ik doe dit niet omdat ik vind dat ik iets moet bewijzen. Ik wil gewoon meer schrijven en dat is me nu toch al twee maanden goed gelukt. Progress > perfection. Want eerlijk, soms vind ik het gewoon zo slecht. Ik durf mijn berichten ook niet meer opnieuw te lezen nadat ik ze ge-spelling-checkt en gepost heb. Ik zou dood neervallen wegens een te hoog cringe-gehalte, maar daar gaat het gelukkig niet om.

Ik ben oplettender geworden. Het zijn vaak de kleine gesprekjes, de blikken die elkaar kruisen of zelfs de woorden die niet uitgesproken worden die me inspiratie geven. Ook al lijken de dagen soms zo hard op elkaar, ze zijn allemaal net een beetje anders. Om daar achter te komen moest ik mezelf eerste forceren tot dagelijks schrijven. Ik ben er nog altijd niet helemaal achter waarom dit ‘blijkbaar’ voor mij goed werkt – ja, los van gisteren dan. Die kleine moeite maakt voor mij nu al een wereld van verschil.

Die gemiste kans van gisteren deed me dus even nadenken, iets waar ik al even weinig tijd voor heb. Ik denk dat ik lange tijd wou dat de tijd zou blijven stilstaan of dat ik terug op kot zou kunnen gaan, maar vandaag ben ik alleen maar benieuwd naar (wat ik) morgen (zal schrijven).

PS: ik weet ook gewoon nooit of ik Engelse uitspraken in italic moet zetten of niet. Help!

Missed me?

Dag 51

Wonderbaarlijk vind ik het. (Nu ik dat woord zo in ’t lang uitgetypt zie staan, denk ik het volgende: wat een raar woord. Het wonder dat gebaard wordt?) We zijn al dag 51 van deze jarige cyclus. Hoera en al! Ik ben er nog, mijn alterego is er nog, de blog is er nog. Oef.

Vandaag was overduidelijk weer zo’n dag van te veel prikkels, laat me even nadenken en alles komt altijd goed. Vooral dat laatste houdt me iedere minuut van de dag overeind. Oké, daar klink ik weer even zwaar alsof ik op het punt sta een depressie in te zakken. Wat niet het geval is. Ik wil gewoon zeggen: doe het gewoon. Niets is voor altijd.

(Maar morgen ben ik hier weer, zoals altijd.)

Dag 51