Gelukkig is het vrijdag

Ik had nooit kunnen voorzien dat Zita vandaag mijn gedachten las. Vrijdag vieren op z’n Vlaams (Nederlands?) kan nu dus ook als je enkel de Engelstalige variant kent. Lang leve Google Translate. Lang leve het weekend, Instagram, slapen, online yoga, het concept ‘frituur’ en het gras aan de overkant.

Geniet! Maar met mate want we zouden onze weekendwerkende medemens niet jaloers willen maken. (Iets met tenen.)

Advertenties
Gelukkig is het vrijdag

Fijn weekend

Het overkomt met wel eens dat ik op donderdagavond tegen mijn innerlijke Katy Perry uit 2011 praat. Thank god it’s friday fluister ik dan. Even later scandeer ik T.G.I.F. tot la mamma raar opkijkt en zich zorgen begint te maken om mijn mentale gezondheid (the perks van ‘ik woon nog thuis’). Uitkijken naar het weekend kan in deze tijden van rusteloos arbeiten als vreemd gezien worden, een signaal zo je wil voor het vroegtijdig afbrokkelen van mijn werklust (en pensioen). Ik zie het eerder als ‘het einde van de week’ dat in zicht is. Afbrokkelen it is!

Hoewel het weekend niet altijd een hoog weekendgehalte heeft, moet ik toegeven dat ik erg uitkijk naar het aankomende duo van dagen – trio mag ook. Met de vingers draaien tijdens een mindful ochtendsessie ‘leren lesgeven door te kijken naar anderen’ is gewoonweg aangenamer vanaf een bepaalde temperatuur, Birkenstocks inbegrepen.

Nu besef ik ook wel dat de week gisteren – alsof het gisteren was, jongens toch, zo lang geleden – pas begon en dat we volgende week ook al niet te klagen hebben. Toch wil ik even duidelijk stellen dat het oké is. Het is oké. Om tegen jezelf te praten, om op donderdag het weekend al te begroeten en om plannen te laten varen voor een potje spontaan nietsdoen met de blote voeten in het gras.

Geniet! En kom morgen gewoon terug voor meer vrijdag.

Fijn weekend

Heb jij daar tijd voor?

Ik wil vijftig boeken lezen dit jaar. Als het even kan doe ik er nog tien bovenop, maar ik wacht nog even af, je weet maar nooit wat de feestdagen brengen. Nooit eerder las ik zoveel boeken op zo’n korte tijd – voorlopig staat de teller op 19 boeken, uitgelezen! Een absoluut record, wetende dat ik geen geboren maar wel een getrainde lezer ben. Een natuurtalent ging aan mij verloren. Vijftig boeken dus. Hoe doe ik dat?

IMG_20180502_150135.jpg

Vorige zomer kocht ik een e-reader. Ideaal voor stiekem lezen op het werk, maar eerlijk is eerlijk: het pakt niet op Instagram, zo iedere week eenzelfde foto van een zwart kadertje. Lijkt me een goede reden. Eigenlijk ga ik gewoon liever gratis naar de bib (boetes niet meegerekend) om er te snuffelen tussen genres en auteurs waar ik nog nooit van gehoord heb. Ik houd wel van een beetje afwisseling. Die zou ik niet hebben als ik wekelijks zou moeten terugkeren naar mijn bescheiden boekenrekje of een e-readerabonnement van bol.com.

Afwisseling is dus key voor mij. Want alles begint wel met een goesting om te lezen. Een boek bij de hand hebben kan ook tellen. Altijd handig als je (meer) wil lezen. Denk aan dode momentjes: wachten op een afspraak, ergens te vroeg aankomen, een springuur of een eenzame middagpauze. Dus als je volgende keer twijfelt over een nieuwe handtas, kies dan het schoontje dat met gemak een boek/e-reader draagt. Neem voor de zekerheid ook een boek mee als je denkt helemaal geen tijd te hebben die (werk)dag. Gegarandeerd sta je dan ergens een halfuur van je leven te verdoen.

Het leven is kort, en dus ook veel te kort voor een boek tegen je zin. Niet je ding? Leg het weg. Het maakt niemand uit of je Het smelt van Lize Spit echt gelezen hebt.

Heb jij daar tijd voor?

Toen en nu

Acht jaar geleden zette ik voor het eerst voet in Parijs. Dat deed ik niet alleen. Ik was er met de vrienden van mijn leven (lees: klasgenoten) en zou dankzij de regen enkel momenten onthouden: de kortste ipv de mooiste weg van punt A naar punt B, schuilend voor de regen de laatste happen van een broodje gezond eten, onder afdakjes naar de muren van het dichtstbijzijnde gebouw staren om vooral de wind niet te moeten voelen en de Mona Lisa liet aan me voorbij gaan. De geur van de metrostations zit nog steeds in mijn neus.

Ik had verliefd kunnen worden op Parijs en op mijn eerste citytrip, mocht het toen niet zo geregend hebben.

nirzar-pangarkar-19710-unsplash.jpg

Afgelopen weekend ging ik naar datzelfde Parijs, acht jaar later. Nu badende in de zon en net zoals toen net geen zeven uur op de bus met een hoop jengelende jung. Het slapen ging me al wat beter en ik begreep de franse chansons. Op Montmartre vindt iedere kunstenaar je nog een knap meisje (fille) – of toch knap genoeg om je te laten betalen voor een tekening en voor een plasje in Les Tuileries leg je de mooie som van tachtig eurocent neer. De elektriciteit van Centre Pompidou komt nog altijd via de gele buizen binnen en Louis XIV leefde echt als god in Frankrijk. Het uitzicht vanop de Eiffeltoren is er nog en de Mona Lisa lacht nog steeds.

Alleen ik en mijn ziel, Parijs zijn een beetje anders.

Photo by Nirzar Pangarkar on Unsplash.

Toen en nu

De fietsenmaker

Elf jaar geleden kreeg ik mijn eerste echte fiets cadeau. Eerdere modellen waren afdankertjes van mijn zus of vonden we langs de kant van de weg. Een damesfiets dus, met een strik rond ter gelegenheid van mijn vormsel. Waar die heilige communie al niet goed voor is. God had het vast zo gewild. En mijn mama ook. Ze stond erop.

Op het moment zelf had ik liever iets anders gekozen. Een mp3-speler en een reis naar Griekenland stonden ook op mijn lijstje, maar krijg ik hellas/helaas niet in een mooi papiertje verpakt. Ik ben trouwens nog steeds niet de trotse eigenaar van een prehistorische iPod en zette nog nooit een voet op het land van de goden der goden. Dat geheel terzijde.

carlo-villarica-307449-unsplash.jpg

Kilometers heb ik afgelegd met dat ding onder mijn gat. Van Affligem tot de Gentse feesten. Of gewoon van bij ons thuis tot aan de fietsenstalling van de school. De bagagedrager laat het soms afweten, de banden zijn opnieuw aan vervaging toe en de verroeste pedalen vallen er bijna vanaf. Een ritje naar de fietsenmaker leek onvermijdelijk.

Sinds de paasvakantie wil la mama namelijk zelf met de fiets naar het werk (lees: heel af en toe en als ze er goesting in heeft) en dus heb ik het elektrische exemplaar moeten inruilen voor mijn ouderwetse benenwagen. Side note: de fiets staat al een aantal jaren stof te vangen in ons tuinhuis (aka ’t sjopke) en ik kan me met de beste wil van de wereld niet herinneren wanneer ik voor het laatst als een gek zat te trappen om ergens te geraken.

Ik vond dat ik twee keuzes had: een deftig onderhoud inclusief nieuwe banden of een tweedehands fiets van de rekening laten rijden. Vanmiddag sprong ik dus op mijn fiets, wind op kop – hoe kan het ook anders – om na 25 minuten en met enige omweg wegens wegenwerken aan te komen op mijn bestemming. De winkel was… Jawel, hartstikke gesloten.

Photo by Carlo Villarica on Unsplash.

De fietsenmaker